Print pagina
Snelmenu / Columns / 01-02-09: Heleen van Aalst

Column archief

Columniste Olga LeeverHeleen van Aalst ontmoet op haar 41e haar nieuwe liefde Elwin. Hij heeft twee zonen, Tim (7)en Vincent (10). Zij heeft geen kinderen. Na een latrelatie trouwen ze in 2007. Haar stiefzonen wonen bij hun moeder en haar nieuwe man. Door de jaren heen is de bezoekregeling van de jongens aan verandering onderhevig. Elke maand beschrijft Heleen het wel en wee met de stiefkinderen en hun moeder op de 'achtergrond'.

Ik kwam, zag en overwon niet

Een column van Heleen van Aalst, 01 februari 2009

Het is een koude zondagochtend, mijn verkering en ik zijn op weg naar zijn ouders, waar ook zijn kinderen zijn omdat ze daar vannacht hebben gelogeerd. Ik ga de jongens en mijn aanstaande schoonouders voor het eerst ontmoeten. Elwin heeft het me al eerder voorgesteld, maar ik genoot zo van onze nieuwe situatie, pas verliefd en eerst zeker van elkaar willen zijn. Ik vond het wel een goed teken dat hij onze relatie serieus neemt anders stelt een man geen kennismaken met zijn kinderen voor.

Naast het idee dat Elwin en ik het niet chique vinden naar de jongens toe, als ze eerst Mien en dan Truus voorgeschoteld krijgen, worstel ik met nog iets. Stel dat het niet lukt met ons, dan kan ik afscheid nemen van drie man, alsof een niet pijnlijk genoeg is. Elwin trekt een gezicht en zucht: "hoe verzin je het? Vincent en Tim zijn hartstikke leuk, je zult zien het komt helemaal goed."

Van achter de voordeur van Elwins ouderlijk huis hoor ik een opgewonden jongensstem, "papa is er." En een vrouwenstem die zegt: "de hendel naar beneden doen Vincent, de deur klemt." De deur gaat moeizaam open en een tengere jongen stort zich in de armen van zijn papa.  Elwin geeft hem een knuffel en stelt hem voor aan mij. "Vincent," zegt hij met een duidelijke stem en we kijken elkaar recht in het gezicht. Achter hem in de smalle gang staat een heel stevig ventje, zijn jongere broer en daarachter hun oma. De kleine man loopt naar zijn vader en houdt hem stevig vast. Dan probeert Elwin hem voorzichtig iets van zich af te duwen om hem aan mij voor te stellen. Tim kijkt me aan en ik zie letterlijk alle kleur uit zijn gezicht verdwijnen. Het kind verstijft een moment en ik zie een scala aan emoties in zijn ogen voorbij trekken. Angst, afschuw, zenuwen, weerzin, hij duikt onder oma’s arm door en rent de gang uit.  "Laat hem maar even," zegt zijn oma terwijl we elkaar een hand geven. "Tim is wat verlegen."

Elwin en ik zitten op de bank in de voorkamer en kijken naar een zelfgebouwde hijskraan van Vincent. Omstandig legt de 10 jarige de mogelijkheden uit van zijn voortuig, terwijl wij onze bewondering laten blijken. Van een veilig afstandje kijkt Tim toe vanaf de grote tafel waar hij verbeten aan zijn auto van Lego werkt. Als onze ogen elkaar kruisen, slaat hij gauw zijn ogen neer. Elwins moeder voorziet iedereen van koffie en frisdrank.  "Je vader komt zo," zegt ze.

En dan komt de 7 jarige naar de lage tafel met zijn auto in de hand. Met zijn elleboog geeft hij de hijskraan van zijn broer een duw die ongelukkig uitpakt, want die rolt van tafel en breekt. "Deze auto heeft een extra lamp op het dak," begint hij, terwijl hij alleen zijn vader schuw aankijkt. De oudste schreeuwt moord en brand vanwege de aanslag op zijn kraan en begint onmiddellijk de auto van zijn broertje af te kraken. "Ik vind die sportstoelen geweldig," meld ik in alle herrie terwijl Elwin Vincent  meehelpt bij het oprapen van de afgebroken wielen die naar zijn voeten zijn gerold. "Die heeft hij van mij gejat," roept de oudste. "Als jullie je drinken op hebben, gaan we weg," zegt Elwin. We zijn van plan nog even met z’n vieren te gaan wandelen daarna zullen we de jongens bij hun moeder thuis brengen.

En daar lopen we over de Zaanse Schans tussen de toeristen. "Papa, gaan wij ook op de foto?" vraagt Vincent. Elwin vindt het een goed idee. De jongste loopt klem naast zijn vader en keert zijn gezicht af. Op het parkeerterrein gooit hij wild de portier van de auto open tegen de auto ernaast. Ik zeg verschrikt: "Oh" Hij kijkt me aan! Het is goed dat blikken niet kunnen doden. Ik kwam, zag en overwon niet, is het eerste wat me te binnen schiet als ik onze eerste gezamenlijke foto bekijk.