Column archief
Olga Leever (41) vormt een samengesteld gezin met haar zoon en dochter, haar nieuwe partner en zijn twee dochters. Haar kinderen zijn 12 en 9, die van hem 8 en 11. Sinds vier jaar wonen alle kinderen bij Olga en haar vriend. De kinderen gaan wel om het weekeind naar hun andere ouder. Olga heeft een eigen tekstbureau. Ze werkt vier dagen per week, net als haar vriend.
Niet allemaal van mij
Een column van Olga Leever, 01 februari 2010
'Ze zijn niet alle vier van mij, hoor!' Voortdurend voel ik de neiging me te verontschuldigen, die eerste maanden van ons samengestelde gezin. Lopen we met de voltallige kinderschaar door een pretpark? Dan lijkt het of ie-de-reen haar hoofd naar ons omdraait. Boven elk grote-mensenhoofd zie ik gedachtewolkjes hangen: 'Wow, die heeft veel kinderen gebaard!' 'En zo snel achter elkaar!' Komt een moeder van een spelend vriendinnetje haar kind halen, dan ratel ik binnen een halve minuut het noodlottige verhaal af van mijn scheiding, de nieuwe man, de stiefdochters die niet bij hun moeder wonen, en daarom dus zo’n groot gezin - echt, het was geen bewuste keus ... Nu, een paar jaar verder, leg ik niets meer uit. Ik heb geen zin om steeds te benadrukken hoe anders en bijzonder wij zijn. Het leven van een mixed family is al complex genoeg.
Maar helpt het, dat ik niets meer uitleg? Het maakt me stoer. Het past helemaal bij mijn niets-aan-de- hand-houding. Toch wil ik diep in mijn hart dat mijn omgeving zonder tekst en uitleg zíet wat voor opgaaf het is. En dan vooral de mensen die echt om me geven. Zodat ik mijn verhaal kwijt kan. Even geen mooi weer spelen over ons gezellige, harmonieuze lifestylemagazine-gezin. Natuurlijk is het leuk om te horen dat we het zo 'gewéldig' doen. Dat we 'net een echt gezin' zijn. En dat de kinderen het zóóó met mij getroffen hebben. Maar iedereen roept het zo enthousiast, dat ik tussen de regels door hoor: 'En waag het niet om te roepen dat het moeilijk is!' Nee, de omgeving zit niet op lastige verhalen te wachten. Vriendinnen - en dan het liefst vriendinnen die ook zo attent waren te scheiden en een nieuw gezin te starten - voelen het meest met me mee. Die weten precies wat ik bedoel. Bijvoorbeeld als ik zeg dat ik mijn stiefkinderen heel aardig vind, maar dat ik niet bloedstollend veel van ze houd. Die weten hoe zwaar het is dat je veel minder tijd hebt voor je eigen schatjes, omdat je je aandacht nu over vier opgroeiende mensjes moet verdelen. Alleen zij weten hoe het is als je je dag in, dag uit inzet voor je stiefdochters - die dan vervolgens niet jou, maar een andere vrouw (logisch: hun biologische moeder) als een godin verafgoden. En hoe het voelt als je op Moederdag niet je eigen kinderen (want volgens de weekeindregeling bij hun vader), maar de stiefkinderen aan je ontbijttafel hebt zitten. Mijn 'stiefvriendinnen', partners in crime, zijn goud waard.
Misschien was die verontschuldiging uit de begintijd zo gek nog niet. 'Ze zijn niet alle vier van mij': het verklaart een heleboel!
Reageren op deze column kan via olga@deschoneschrijfster.nl

