Print pagina
Snelmenu / Columns / 01-10-07: Hennie Harinck

Column archief

Columniste Hennie HarinckHennie Harinck is stiefmoeder, auteur en freelance journalist. Hennie schreef in 2007 het boek 'Scenes uit een stiefgezin (uitgeverij Archipel)'. In haar boek vertelt ze over haar huwelijk met weduwnaar Victor en de relatie met haar twee stiefkinderen. Een eerlijk, herkenbaar en openhartig boek over het verwarrende en complexe leven van een stiefgezin.

Boze stiefmoederdroom

Een column van Hennie Harinck, 01 oktober 2007

Moeders horen trots te zijn op hun nakomelingen. En in ons collectieve onderbewustzijn is in de afdeling 'hoe moeders horen te zijn' ook de regel gegrift dat je ongerust dient te zijn als kindlief (te) laat thuiskomt. Ik ben nu 49 jaar, en mijn eigen moeder is zo'n mam die scoort op alle punten. Ze blijft me betuttelen als ze de kans krijgt. Kind, je wordt zo mager! Slaap je wel genoeg? 'Mam', zeg ik dan verontwaardigd, 'Hoe oud denk je dat ik ben.' Tegelijkertijd besef ik dat leeftijd niets te maken heeft met zorggevoelens voor je kind. Ze zullen er altijd zijn. Want op het moment dat de zenuwachtige vader de navelstreng in tweeën knipte, werden dan wel de lichamen van moeder en kind definitief van elkaar gescheiden - in haar hart zal zij zich altijd verbonden voelen met haar baby. Wat ze als eerste levensteken zag was dat verkreukelde, kwetsbare wezentje, en dat blijft ze zien, door alle jaren, door alle rimpels en grijze haren van haar 'baby' heen. 

Dat ingebakken gevoel van bij elkaar horen ontbreekt als je kinderen niet uit jouw baarmoeder geboren zijn, maar uit de buik van een andere mama. Natuurlijk ontstaat er in de loop der jaren wel een gevoel van bij elkaar horen, maar het wordt toch nooit dat innige. Sterker nog, met een beetje pech blijft de relatie steken in zorg voor elkaar, en wil er maar nooit iets ontstaan van een band, van een verbond. Er zijn geen momenten dat je elkaar spontaan een zoen geeft. Gezellig samen winkelen? Gearmd als moeder en dochter? Het zit er niet in. Trots op je stiefkind? Best wel, maar dat echte gloeien en met welhaast verliefde blik naar je bloedeigen kind kijken? Nee, ik mag niet liegen. Zo is het gewoon niet. Ongerust zijn dan? Je weet wel. Je puberkind gaat op zaterdagavond op stap. Dansen en drinken. En je weet dat andere ouders op blijven, en zich met koffie wakker houden, omdat ze perse willen weten of kindlief gezond en wel op tijd thuiskomt.

Nee, dan ben ik maar een ontaarde stiefmoeder, die onbekommerd ligt te snurken als dochterlief om half drie zachtjes binnenglipt. Doe je stil als je thuiskomt?, had je gevraagd, want je wilt lekker doorslapen. Wat niet des moeders eigenlijk! Mijn geweten protesteert. Ik zou natuurlijk kunnen aanvoeren dat ik mijn stiefkinderen zo vertrouw dat ik niet wakker hoef te blijven. Ik kan zeggen dat ik ze veel vrijheid geef en dat ik ze zo leer zelfstandig te worden. Maar als ik dan voor die rechtbank sta, en met de hand op mijn hart de waarheid en niets dan de waarheid moet vertellen, dan val ik door de mand. Dus u vindt uw eigen nachtrust belangrijker? 'Maar', protesteer ik dan piepend, 'De telefoon ligt naast mijn bed hoor!' Het mag niet baten. De jury oordeelt uiteindelijk onverbiddelijk: 'U ligt doodgemoedereerd te maffen terwijl de meest verschrikkelijk dingen kunnen gebeuren! Dit zullen we aan de Jeugdzorg moeten rapporteren!' Ik schrik wakker. Het is half drie. De achterdeur valt in het slot. Ze is thuis.