Column archief
Heleen van Aalst ontmoet op haar 41e haar nieuwe liefde Elwin. Hij heeft twee zonen, Tim (7)en Vincent (10). Zij heeft geen kinderen. Na een latrelatie trouwen ze in 2007. Haar stiefzonen wonen bij hun moeder en haar nieuwe man. Door de jaren heen is de bezoekregeling van de jongens aan verandering onderhevig. Elke maand beschrijft Heleen het wel en wee met de stiefkinderen en hun moeder op de 'achtergrond'.
Boris; ons bindmiddel
Een column van Heleen van Aalst, 01 oktober 2009
Mijn ervaring is dat er weinig vanzelf goed loopt in een samengestelde relatie. Er valt heel wat te schipperen, te regelen en te communiceren. Er is echter een uitzondering in alle jaren dat ik met Elwin omga en dat is mijn kater Boris. Elwin had vroeger ook katten en is gek met het dier. Zodra hij thuis komt, springt Boris bij hem op schoot. Ik had geen beter baasje voor mijn kater kunnen bedenken. Ik heb zelf geen kinderen maar deze kater-jongen van inmiddels 16 jaar is een beetje mijn kindje. Ik heb meer dan eens gedacht, kon ik maar net zo goed overweg met zijn twee kinderen, als hij met mijn kater.
Vincent en Tim hadden van begin af aan gelijk een grote belangstelling voor Boris. "Waar is Boris? Is hij hier?" Het was eigenlijk het eerste wat ze vroegen als ze binnen kwamen in het weekend. En wat waren ze teleurgesteld als ik antwoordde: "Nee, Boris is thuis gebleven in Friesland, hij houdt niet van 2 uur in de auto zitten." Ze herinnerden zich nog Banjer, hun eigen kater, die dood thuis lag toen ze met hun mama en papa terug kwamen van vakantie. Ze zijn opgevoed met katten en misten een huisdier. Hun moeder is hertrouwd met een partner die allergisch is voor katten en honden dus daar rekenen ze niet meer op een opvolger voor Banjer.
Vanaf het begin dat Elwins kinderen Boris ontmoetten, vochten ze erom wie hem eten mocht geven. Het lijdend voorwerp zat dan onder de tafel te bibberen omdat hij geen ruziende jongetjes gewend was en ook geen geschreeuw. Het dier was gewend dat voer in een bakje werd geserveerd en niet los op de vloer belandde omdat de broers het bakje uit elkaars handen rukten. Ik wees ze op mijn bange kater en vanaf dat moment maakten ze alleen zachtjes ruzie over wie gisteren voer had gegeven en wie vandaag mocht.
We kregen een serieus Boris-rooster, wie gisteren brokjes en zachtvoer heeft gegeven, geeft vandaag schoon water en andersom. Boris werd ons geheime wapen, de kleine vredesstichter tussen de verschillende leden van dit samengestelde gezin. Het oorverdovende geschreeuw van de kinderen waar ik zo hekel aan heb, hield op want "Hé dat is zielig voor Boris". Daar schrikt hij van, hij is niet gewend aan herrie. Kleine rommeltjes als elastiekjes gooi je niet op de grond maar ruim je op, want Boris mag ze niet vinden en zich erin verslikken. De eerlijkheid gebiedt te schrijven dat zowel Elwin als ik "gepast misbruik" maakten van onze troef Boris. Hij werd onze joker die wij nogal eens inzetten met succes.
De jongens sloten de deuren voortaan achter zich dicht want Boris mocht niet weglopen en verdwalen in de plaats waar hun papa woonde en de kater de weg niet kende. Het ging niet altijd goed. We hebben een hele zondag Boris lopen zoeken die door de open gelaten achterdeur naar buiten was gepiept en onder allerlei heggen was weg gekropen. Ik was op van de zenuwen maar ik hield me in terwijl ik het liefst had gefoeterd op de dertien jarige die de deur weer eens achteloos had open laten staan ondanks waarschuwingen. Boris bleef lang zoek en dat maakte wel indruk op de jongens. Maar naar Boris zoeken, verveelden ze al snel en dan vind ik het moeilijk om goed om te gaan met Elwins kinderen.
Ik weet dat ik heel beteuterd keek toen de oudste juichend vroeg: "Nemen we nu een hondje?" En toen zijn vader verbouwereerd vroeg: "Hoezo?" "Heleen zegt altijd niet aan een hond te beginnen, zolang Boris nog leeft en nu is hij dood!" Van je eigen kind kun je, denk ik beter inschatten hoe hij iets bedoelt, want Elwin zei later, dat het woord dood wel juichend werd uitgesproken maar dat Vincent het natuurlijk niet zo bedoelde. Eigen genen begrijpen elkaar dan vast beter.
De jongste gaf aan met mij mee naar de dierenarts te willen toen Boris vanwege allerlei nierklachten geholpen moest worden. Hij hielp me heel lief, dat was een nieuwe ervaring voor ons alle twee, want de jongste heeft me drie jaar genegeerd. En zo is Boris ons bindmiddel geworden, onze kleine mascotte. Hij heeft inmiddels bijnamen als Borrie-Borrie, Boortje en Mr. B. Ik koester dit.

