Column archief
Olga Leever (41) vormt een samengesteld gezin met haar zoon en dochter, haar nieuwe partner en zijn twee dochters. Haar kinderen zijn 12 en 9, die van hem 8 en 11. Sinds vier jaar wonen alle kinderen bij Olga en haar vriend. De kinderen gaan wel om het weekeind naar hun andere ouder. Olga heeft een eigen tekstbureau. Ze werkt vier dagen per week, net als haar vriend.
Titel (kop 2)
Een column van Olga Leever, 2 april 2010
Papa en mama
Ineens zijn ze weer herenigd: mijn geliefde en zijn voormalige levensgezellin. Na zeven jaar zijn ze opnieuw een stel. Op papier dan. Lachend kijken ze me aan vanaf het prikbord in de kamer van stiefdochter, allebei met een vrolijk gekleurde punaise in het voorhoofd gedrukt. Gefascineerd blijf ik staan, de emmer sop in de ene, het uitwrongen doekje in de andere hand (ik maak net mijn wekelijkse ploeterronde door de woning). Stiefdochter heeft de foto van haar moeder, die ze normaalgesproken op haar boekenplankje bewaart, naast een recente vakantiefoto van haar vader gehangen. Het ziet er surrealistisch uit – alsof de paus samen met Madonna in een bubbelbad is gestapt. Wat moet ik hiervan vinden? Ik snap het kind uitstekend, maar het voelt heel verkeerd. Ben ik jaloers? In het geheel niet. Het idee dat mijn geliefde ooit nog langer dan tien minuten met zijn exgenote in een ruimte kleiner dan 50m2 door zal brengen is zó onvoorstelbaar, dat die een hinnikende lachstuip doet opborrelen. Nee, jaloezie is het niet. Is het medelijden wat ik voel? Sneu is het zeer zeker. Kinderen van gescheiden ouders willen niets liever dan dat hun ouders weer hun leven met elkaar delen. Mijn eigen kinderen vragen nog steeds, na bijna acht jaar, ieder kwartaal waarom hun vader en ik ook weer uit elkaar gingen. En waarom ik er toch zo zeker van ben dat we nooit meer gaan samenwonen. Hoe flexibel kinderen ook zijn, hoe opgewekt je het leven in twee huizen ook aan ze voorspiegelt (‘nu heb je twéé kamers, je viert twee keer Sinterklaas!’), de scheiding blijft een pijnlijke wond. En terecht.
Toch is het geen medelijden met mijn stiefdochter dat me dit slechte gevoel bezorgt. Die twee foto’s naast elkaar, het beeld van een heden dat niet bestaat, het klopt gewoon niet. Het geeft het kind valse hoop. Elke keer verlaat ze haar kamer met de sprookjesachtige beeltenis van haar herenigde ouders op het netvlies – een beeld dat akelig botst met het beeld van de andere vrouw die ze, in de huiskamer aanbeland, aan de zij van haar vader ziet zitten. De vrouw die, helaas voor haar, al vele jaren langer met haar vader samenleeft dan haar ouders ooit is gelukt. Die twee foto’s, ze komen hard bij me binnen. Maar ik laat ze hangen. Dit gaat mij niets aan. Hier ligt een schone taak voor geliefde. Tijd voor een vader-dochtergesprek.
Een week later ligt de foto van biomam weer op het plankje. Mijn lief daarentegen hangt nog aan het prikbord. Helemaal in z’n eentje.
Olga Leever
Reageren op deze column kan via olga@deschoneschrijfster.nl

