Print pagina
Snelmenu / Columns / 02-11-07: Hennie Harinck

Column archief

Columniste Hennie HarinckHennie Harinck is stiefmoeder, auteur en freelance journalist. Hennie schreef in 2007 het boek 'Scenes uit een stiefgezin (uitgeverij Archipel)'. In haar boek vertelt ze over haar huwelijk met weduwnaar Victor en de relatie met haar twee stiefkinderen. Een eerlijk, herkenbaar en openhartig boek over het verwarrende en complexe leven van een stiefgezin.

To be or not to be family

Een column van Hennie Harinck, 02 november 2007

Me als stiefmoeder aan de koude kant van de familie bevindend, is het verstandig dat ik me te allen tijde terughoudend opstel. En laat dat nu net niet in mijn karakter zitten. Ik ben namelijk het type aanwezig en weetgierig. Let wel: weetgierig, niet nieuwsgierig. Nieuwtjes interesseren me maar matig. Verhalen, daar loop ik warm voor. Vandaar dat het als een mokerslag in een bak met spijkers aankwam toen mijn schoonvader dit voorjaar 'toch nog vrij plotseling' overleed.

Wat mis ik ze: die late zondagmiddagen, nippend aan een wijntje, oren gespitst, bij hem op de bank voor de open haard. Al jaren een broze man, maar gelukkig mankeerde er niets aan zijn alerte geest. Schuifelend door de kamer, op zoek naar een paar vlekkerige wijnglazen. Al die uren luisterden mijn man en ik naar zijn levensverhalen: hoe hij in de oorlog was ondergedoken, hoe hij met zijn jeugdvriend naar Rome fietste, hoe hij met zijn geliefde zeilboot naar Spanje voer. In tien jaar luisteren heb ik me een aardig beeld kunnen vormen van mijn schoonfamilie. En ik voel me erg verwant met hen. Misschien omdat mijn eigen vader op mijn 12e uit mijn leven verdween en ik in mijn schoonvader het verloren vadergevoel terugvond.

De begrafenis is al weer een maand of zes verleden tijd, maar opa is nog bijna dagelijks onderwerp van gesprek. Omdat we middenin het afwikkelen van de erfenis zitten, en er nog veel post restante door de brievenbus valt, lijkt grootvader soms nog gewoon deel van ons leven. Een soort fantoomopa die ergens in de kamer welwillend meeluistert. En wie weet zit zijn vrouw ook nog ergens. Mijn schoonmoeder heb ik maar kort gekend. Om precies te zijn een jaar. Te vroeg heengegaan, maar door opa te kust en te keur gememoreerd in zijn zondagmiddagmonologen. Zo heb ik haar toch goed leren kennen: een door de oorlog getraumatiseerde, teruggetrokken levende vrouw, uitermate liefhebbend en warm voor haar naasten. Een mooie vrouw ook, met buitenissige gewoonten, gek op haar kleinkinderen. Gek op boeken en films. We zijn nog steeds bezig haar erfenis van 5000 boeken en honderden films uit te zoeken. 'En wat lijkt ze toch op onze Belle!' riep ik afgelopen zondagmiddag tijdens de avondmaaltijd spontaan uit.

Als ik ooit een blik van misprijzen zou moeten beschrijven, dan was dit wel het ultieme voorbeeld. Belle keek me zo intens verwijtend aan dat ik ter plekke had moeten evolueren in een worm. Wat wist ik eigenlijk van haar oma, van haar familie. Ik had oma maar een jaartje gekend. Wie was ik dat ik al die wijsheid over haar debiteerde ...

En wat ze niet zei, maar wat dat vileine stemmetje in mijn hoofd me dreinend influisterde, was de bekende mantra die ik nu al tien jaar hoorde. 'Jij bent niet van onze familie dus hou je mond maar.' To be or not te be family, that's the question!