Column archief
Heleen van Aalst ontmoet op haar 41e haar nieuwe liefde Elwin. Hij heeft twee zonen, Tim (7)en Vincent (10). Zij heeft geen kinderen. Na een latrelatie trouwen ze in 2007. Haar stiefzonen wonen bij hun moeder en haar nieuwe man. Door de jaren heen is de bezoekregeling van de jongens aan verandering onderhevig. Elke maand beschrijft Heleen het wel en wee met de stiefkinderen en hun moeder op de 'achtergrond'.
De weg kwijt
Een column van Heleen van Aalst, 02 november 2009
De kinderen komen volgende week voor het eerst bij mij op bezoek in Friesland. Ik ben benieuwd hoe ze het bij mij thuis zullen vinden, ik woon in een klein dorpje aan een doodlopende weg. Mijn overburen zijn Friese zwart-witte koeien en in het gras langs de kant van de straat staan hokken met konijnen. Mijn buurjongens zijn leeftijdgenootjes van Elwins kinderen die graag voetballen en vissen. Tim, de jongste en de nadenker van de twee knullen, heeft gevraagd of hij mijn huis in Friesland eens mocht zien, hij is nieuwsgierig waar Boris woont, zegt hij.
Ik vertel de jongens dat ik het heel leuk vind dat ze bij mij een weekend komen. Inwendig ben ik verrast want tot nu toe hebben mijn liefs kinderen weinig belangstelling voor mij aan de dag gelegd. Ik ga nu een jaar om met hun vader en ze weten mijn achternaam niet, mijn leeftijd, dat ik eerder ben getrouwd, enz.
"Heleen," zegt Tim met een benauwd gezicht, "mijn moeder zegt dat jij en papa in Friesland gaan wonen, doen jullie dat?" "Oh joh," reageer ik verrast, "dat weten we nog niet. Papa woont in Zuid-Holland maar heeft zijn werk in Noord-Holland, jullie wonen in Flevoland en ik woon en werk in Friesland." We weten namelijk echt nog niet hoe we deze puzzel gaan oplossen. We rijden soms 700 km in een weekend. Ik kijk naar zijn rode wangen en zie de tranen in zijn ogen staan. "Mama zegt, dat jij heel ver weg woont en dat we papa dan niet meer zien!" De tranen lopen over zijn bolle snoet en hij kijkt boos maar ook heel verward naar me. Het liefst zou ik hem knuffelen maar Tim kijkt afwerend en is geen knuffelaar.
De vraag, "heb je mama wel goed begrepen," slik ik in. Dat heb ik al vaker geprobeerd bij Tim. Hij heeft van nature een scherpe opmerkingsgave dus ik zeg: "jullie blijven papa gewoon zien, al verhuizen jullie naar Timboektoe. En zover woon ik helemaal niet van jullie. Ik woon in het zuiden van de provincie, jij en Vincent wonen halverwege op de weg tussen papa en mij in. Ik heb je toch vorig weekend nog opgehaald bij je moeder, toen Vincent een zwemfeestje had? Ik kwam van mijn huis, haalde jou op en daarna reden we door naar papa." Tim kijkt me nog steeds boos en verward aan en voor de zoveelste keer baal ik in gedachte van zijn moeder. Hoe komt die vrouw erbij om het kind te vertellen dat ze papa niet meer zullen zien en waarom zadelt ze er Tim mee op. Ze verhuist zelf met haar nieuwe liefde naar 100 km verderop. Om een nieuwe start te maken, heeft ze verteld. Ze wilde niet langer met de nek aangekeken worden door de mensen, zei ze. Maar dat is informatie waar Elwin en ik zijn kinderen niet mee opzadelen maar zijn jongens opgeven, dacht het niet.
Ondertussen zie ik Tim worstelen met wat hij moet geloven. Dan krijg ik een idee. "Tim, jij hebt al topo." "Ja," knikt de negen jarige. "Waar is de atlas? Dan wijs ik op de kaart aan waar we allemaal wonen." Even later zitten we allebei gebogen over de kaart van Nederland. "Kijk," zeg ik, "hier woont papa, daar wonen jullie in Flevoland, zo loopt de weg en daar woon ik." "En Boris," zegt Tim ernstig. "En Boris," herhaal ik braaf. Met zijn wijsvinger volgt hij de weg. Ik pak een lineaal erbij en leg hem zo vanuit Zuid-Holland via de polder naar Friesland toe. "Zie je dat, papa en ik rijden altijd langs jullie." Opgelucht kijkt de kleine man me aan.
Dan komt Elwin binnen vallen met Vincent. "Wat zijn jullie aan het doen?" "Heleen en ik hebben op de kaart gekeken waar we allemaal wonen. Ze woont helemaal niet ver weg Vincent," legt Tim uit. Elwin kijkt verbaasd van zijn kinderen naar mij. "Heleen woont dichter bij jullie dan ik nu," zegt hij. Tim knikt nog maar eens begrijpend. "Gaan we nu boven spelen?" roept de oudste die het allemaal een zorg zal zijn. En weg rennen ze. "Wat was dat nou?" vraagt Elwin verbaasd. "Er is iemand de weg kwijt en dan bedoel ik niet je jongste zoon," antwoord ik.

