Column archief
Yolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.
Passant
Een column van Yolan Witterholt, 15 september 2007
'Kinderen zijn passanten', sprak mijn inmiddels overleden en toen kersverse schoonvader jaren geleden. 'Op een dag zijn ze weer weg, en dan hebben jullie elkaar nog, als je geluk hebt.' Maak ze niet te belangrijk, was zijn boodschap; het gaat om jullie. Op een dag ga je met z'n tweeën weer verder en knipper je bij wijze van spreken nog wat verbaasd met je ogen bij de aanblik van lege kinderkamers en een uitgestorven achterbank in je auto. Weg zijn ze. Het leek mijlenver weg. Ons huis was bevolkt door zes kinderen tussen de vijf en twaalf jaar oud en ze voelden zich in geen enkel opzicht 'passant'. Wij waren met veel, en dat wisten wij. Elke seconde van de dag. Banken vol gebroed voor de televisie, een stapel borden voor de eettafel die geen enkel kind zomaar kon tillen, bossen bestek. Hagelslag altijd alweer op, tientallen liters melk per week en steeds weer te weinig brood. Tweemaal per week zes sporttassen vol stinkende spullen (die opmerkelijk snel schimmelen als je ze even vergeet) en een veel te kleine afwasmachine. 'Ik heb nooit was, ik heb altijd is', grapte ik ooit tegen een vriendin. De was hield nooit op te bestaan en hij was nooit 'gedaan'. Aldoor weer 'een grote textielverhuizing' als wasmanden werden gevuld, geleegd, gevouwen en weer gevuld. Veel kinderen. Veel geluid. Veel gezelligheid en, eerlijk is eerlijk, veel irritatie. Maar nu hebben we 'een passant'. Mijn dochter komt, en ze gaat. Ze heeft een kamer in de stad en ze is weg. En soms opeens toch niet. Een kind op kamers. Het is mijn kind dat in de prijzen is gevallen. Met haar armen vol herinneringen staat ze voor mijn neus; tranen over haar wangen. Een slinger rozenlampjes over haar arm. Ik speel de stoere moeder: 'Wat is er gekke meid?' 'Gewoon', snikt ze terwijl ze haar schouders ophaalt en er een dikke traan uit haar prachtige ogen rolt. 'M'n kamertje.' Dit had ik al voorzien, dus ik heb mijn geliefde omstandig ingeprent dat ze nóóit het gevoel mag krijgen dat ze weg moet. En al helemaal niet dat ze niet meer welkom is. En haar kamertje moet haar kamertje blijven. Ook al slaapt ze er nooit meer. Laat haar nóóit het gevoel krijgen dat ze weg moest. Of dat hij, haar stiefvader, haar weg wilde hebben. Jammer dan, dat zijn jongens nog steeds een kamer moeten delen terwijl haar kamertje nu leeg staat. De mijne delen er ook één. En dat blijft voorlopig zo, bezweer ik met strenge blik. Ik pak mijn dochter haar kamer niet af. Nog niet. Als een terriër bewaak ik het territorium van mijn kind, en lief snapt de boodschap. Hij haalt zijn schouders op: best. Als een echte vader trekt hij met boormachine en schroevendraaier de stad in: hij hangt lampen op en legt kabel voor de televisie aan. Als een leuke moeder in een Amerikaanse soap maak ik een lunchafspraak met mijn dochter en nemen we een wijntje op een terras aan de gracht. Ze is gewoon de eerste die gaat: niets bijzonders. Nog vijf te gaan. Maar zo simpel is het niet. Want het gaat niet zo soepel als mijn schoonvader ons had voorgespiegeld. Ze is helemaal niet 'gepasseerd'; ze komt aldoor weer terug. En ik maak mij meer zorgen dan ooit. Haar studie raakt in het slop, haar geld gaat te snel, haar vriendje maakt het uit, ze mist ons. En ik wil mijn kind bij mij. Een arm om haar heen, het kamertje thuis weer gezellig maken, de rozenslinger terug. Kom maar schat. Maar lief houdt mij bij de les: wil je dat ze weer teruggaat naar 'af'? Dat ze haar onafhankelijkheid en vrijheid weer opgeeft om in haar moeders armen terug te kruipen? Ja, eigenlijk wel. Nee, eigenlijk toch niet. Wil hij haar niet meer? Ze is mijn kind. En een passant zal ze gewoon nooit zijn. Niet voor mij. Wanneer gaat zijn oudste eigenlijk eens op kamers? Wordt dat niet eens tijd?

