Print pagina
Snelmenu / Columns / 15-10-07: Yolan Witterholt

Column archief

Columniste Yolan WitterholtYolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.

Scooter

Een column van Yolan Witterholt, 15 oktober 2007

Hij mag een scooter. En ik ben heel erg tegen scooters, voor jonge jongens. Jongens van stavast die spierkracht en energie genoeg hebben om een fiets voort te trappen. Gezellig naast een andere Hollandse jongen, zwoegend in weer en wind, en converserend op luide toon. Zelf leg ik hooguit de afstand tussen mijn voordeur en de auto op eigen spierkracht af, maar ik wil graag groene kinderen. Kinderen die mij bestraffend toespreken als ik de auto neem naar Albert Heijn, en kinderen die niet gebracht of gehaald willen worden, uit groene overwegingen. In mijn jeugd in de Achterhoek bewoog de helft van de jongeren zich voort per brommer, zoals dat toen nog heette. Stoere brommers met hoge sturen, of buikschuivers voor de wat lompere types. En genadeloos vielen ze ten prooi aan het voortrazende verkeer. Jongens op weg van discotheek naar boerderij of omgekeerd: dood. En toen wist ik het al: mijn kinderen krijgen nooit zo'n kreng. En omdat gevaar geen argument is dat pubers bijzonder aanspreekt, gooide ik het op groen. Slecht voor het milieu, en slecht voor jezelf. Want je wordt er lui en vadsig van, als je je laat voortbewegen door een motortje.

Maar stiefzoon mag er één. Sterker nog: hij heeft er al één. Het ding staat bij zijn moeder in de tuin, te wachten tot hij eindelijk zijn brommercertificaat gehaald heeft. Want dat moet tegenwoordig. En dan staat niets hem meer in de weg en raast hij langs 's Heren wegen. Zonder conversatie en zonder inspanning en met een hoop stank en lawaai. Misschien gaat hij wel steigeren met het ding, als hij langs het huis van een leuk meisje komt. Zoals ik zo vaak jongens heb zien steigeren voor het huis toen mijn oudste dochter nog thuis woonde.

'Zijn we nu opeens niet meer tegen brommers?', vraag ik mijn geliefde langs mijn neus weg. Twee jaar geleden viel hij me nog instemmend bij in mijn afkeer van gemotoriseerde pubers. Maar nu heb ik even niet opgelet, en eerdaags doet de eerste scooter zijn entree in ons huishouden. 'Misschien hadden we even moeten overleggen?' vraag ik gemaakt vriendelijk, 'Even praten? Zodat ik geweten had dat ik er opeens anders over denk?'. Maar mijn echtgenoot haalt vermoeid zijn schouders op: 'Wat kon ik doen? Zijn moeder vindt het goed. En hij is er zo blij mee.' Een duiveltje in mijn achterhoofd tikt drammend tegen mijn hersenen en ik kan het niet laten: 'Oh, dus nu bepaalt zij voortaan wat hier in huis wel en niet mag?' Ik ben weer eens 'tuk op een relletje', zoals dat heet. Ik wil scooters en mijn kinderen zo ver mogelijk bij elkaar uit de buurt houden, en nu komt er gewoon eentje binnen in ons gezin. Alles in mij komt in opstand, maar ik snap wel dat er niets meer aan te doen valt. Alleen word ik daar niet vrolijker van. 'Hij heeft hem zelf betaald', brengt manlief nog wat moedeloos maar ook geďrriteerd in, alsof dat een argument is. Alsof we ooit van plan zijn geweest om die dingen te bekostigen. Irritatie borrelt omhoog: 'Als je maar niet denkt dat ik het nu opeens goed vind als mijn kinderen ook op zo'n kreng gaan rijden', blaas ik alsof hem dat wat kan schelen. 'Prima', bromt hij dan ook, 'moet jij weten.'  'Geeft niks hoor', reageert mijn jongste dochter bijna sussend, 'want ik zou toch alleen maar een Vespa willen, en die is veel te duur.'

Als stiefzoon een paar dagen later ook nog enthousiast komt melden dat hij een nieuw baantje heeft als pizzakoerier, kijk ik mijn lief verbijsterd aan. 'Vind je dat góed?!' Vader kijkt mij vissig aan: hoe bedoel ik?  'Even voor de helderheid', bries ik op hoge poten tegen mijn eigen nakomelingen: 'Mochten jullie denken dat we hier één lijn trekken: mooi niet! Heb je wel eens gezien wat een levensgevaarlijke toeren die idioten uithalen om een pizza ergens op tijd te krijgen? Dat mogen jullie dus gewoon niet!' Hoofdschuddend verlaat ik de woonkamer, verbaasd nagestaard door een ongelovig grijnzende stiefzoon. Het duurt vijf tot zeven jaar voor een stiefgezin een eenheid is, lees ik wel eens. We zijn zwaar over tijd.