Print pagina
Snelmenu / Columns / 15-12-07: Yolan Witterholt

Column archief

Columniste Yolan WitterholtYolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.

Trut

Een column van Yolan Witterholt, 15 december 2007

Als moeder van Groningse afkomst ruim ik weinig tijd in voor getrut. Want wij Groningers zijn mensen van stavast en we doen graag een beetje stoer. Behalve bij de feestdagen: dan trutten wij er in onze familie flink op los. Zakken vol cadeautjes, stuk voor stuk voorzien van lange gedichten en veel humor, bergen snoepgoed, schoenen zetten bij de vleet en alles in de stand 'gezellig!'. Kinderen zo lang mogelijk laten geloven in de goedheiligman en, praktisch als wij toch ook zijn, flink gebruik maken van zijn alom aanwezigheid in het land. Surprises doen we niet, want die gaan weer tegen onze volksaard in, net als carnaval. Zonde van het papier, denken wij Groningers als we een minuscuul cadeautje uit een enorme ingepakte doos moeten halen. Maar gezellig maken we het wel, in december. Ook met Kerst gaan we er vol tegenaan en slepen wij de allergrootste boom ons huis in (een boom die het plafond niet raakt is geen echte). Ik kocht zelfs een standaard die de boom deed ronddraaien bij een lieflijk kerstmuziekje. De kinderen in frisse pyjamaatjes ademloos bij de zingende boom, op zoek naar de nieuwste aanwinsten in de zorgvuldig verzamelde versiering en veel chocola aan de takken. Op kerstavond het Kerstverhaal, op alle kinderkamers een klein (echt) boompje, de hele dag kerstmuziek en tien keer per dag een moeder die vrolijk 'Vrede op aarde!' roept als de kinderen bekvechten, terwijl ze van haar gewend zijn dat ze ze in dat geval naar boven snauwt. Het kerstdiner lang van tevoren uitgedacht, met liefst acht gangen (die vervolgens niemand lust), en zeker twee weken lang overal kaarsen, takken en lichtjes in huis. Liefst nog een keer cadeautjes, nu onder de boom en uitsluitend bedoeld voor gezamenlijk (en harmonieus) gebruik: spellen en boeken. En natuurlijk bakken we een cake, liefst een tulband met rozijnen en veel poedersuiker. Op 2 januari gooien we de boom vervolgens met een grote zwaai het huis uit, rukken we de takken van de muren, begint ons nieuwe nuchtere jaar en doen we weer gewoon.

Maar de stiefs in mijn gezin zijn anders. Geen gedichten aan hun lijf: ze willen (en kunnen) ze niet alleen niet schrijven, maar ook niet voorlezen. Duurt te lang. En zorgvuldig gecomponeerde humor gaat in hun haast dan ook genadeloos verloren. Cadeautjes willen ze best krijgen, maar liever niet geven, want dat zoeken kost zo veel tijd. Vorig jaar beleefde ik de eerste Sinterklaas, sinds ik kan schrijven, dat ik geen gedichten produceerde. Helemaal geen één! De vaste neiging om vanaf eind november in rijm te denken, is dan ook weg. Ik plaag niemand meer, steek met niemand meer de draak en ontroer ook geen mens meer. Er zit een stevige kurk op mijn dichtader. En met Kerst is het al niet veel beter. Kerstmuziek is stom, vinden de pubers (ook de mijne trouwens), en al die kaarsen alleen maar gevaarlijk met een hond die eeuwig loopt te kwispelen. Takken en boompjes op de kinderkamers geven onnodig veel troep en als ik een kerstboom wil, mag dat best, maar dan moet ik hem zelf maar even versieren. Ook de lampjes graag, wat ik nog altijd mannenwerk vind. Alleen mijn oudste zoon toont zich elk jaar (zuchtend) bereid de wirwar van vorig jaar veel te haastig uit de boom gerukte lampjes weer te ontwarren. Eén zelfgebakken tulband voor zes vraatzuchtige pubers schiet ook niet erg op, dus we kopen liever grootverpakking. Alleen het kerstdiner mag nog: graag zelfs. Hoe meer gangen hoe beter, met een kudde hongerige jongeren in huis. Dáár leef ik mij nog uit en dáár trotseer ik het meewarig gegrijns van de stiefs. Naast elk bord een klein kerstroosje, kaarsen, een damasten tafellaken met servetten en ingewikkelde en peperdure gerechten. Eén on-Gronings trutmoment per jaar is mij gelukkig nog gegund. Het duurt alleen zo kort: in een mum van tijd is alles op.