Column archief
Saskia Geraerts (39) is getrouwd met Rob. Samen hebben ze twee meiden en drie jongens in de leeftijd van 15, 13, 13, 11 en 9. De drie kinderen van Saskia wonen 10 dagen in de twee weken bij hen, de kinderen van Rob de helft van de tijd. Saskia werkt tijdens de schooltijden als coach en trainer en studeert psychologie. Ze heeft een workshop ontwikkeld voor koppels die een samengesteld gezin vormen en voor stiefouders om een band te krijgen met hun stiefkind(eren) (zie www.finqcoaching.nl).
Welke zijn van jou?
Een column van Saskia Geraerts, 15 december 2011
Ieder gezin heeft gedoe. In het ene gezin spelen financiële problemen, in het andere staat de relatie onder druk en het derde gezin heeft te maken met overlijden van een familie lid. En ieder van die gezinnen kan er zelf voor kiezen of ze daarover willen praten. Of niet.
Bij een samengesteld gezin is dat anders. Ons gedoe is heel publiekelijk. Je hoeft maar een restaurant in te stappen met zijn zevenen, of je ziet de mensen al denken “dat zullen wel niet allemaal biologische kinderen van dat stel zijn”. Nu is het natuurlijk ook geen geheim hoe onze gezinssamenstelling in elkaar zit, maar soms wil ik gewoon ‘gewoon’ zijn.
Ik heb namelijk niet altijd zin in de ongebreidelde nieuwsgierigheid van mensen die ik op een feestje tegenkom. Ik ken ze niet, heb ze nog nauwelijks gesproken en zal ze waarschijnlijk ook nooit meer tegenkomen, maar toch voelen ze geen enkele gêne om naar de meest intieme gebeurtenissen in mijn leven te vragen.
Dus worstel ik met wat ik nu moet antwoorden op de vraag hoeveel kinderen in heb. Zeg ik ‘drie’ dan dekt dat de lading voor mijn gevoel niet, want ons gezin bestaat mijn gevoel uit vijf kinderen. Maar zeg ik dan dus vijf, of “ik heb er drie en mijn man heeft er twee” dan is dat meteen een uitnodiging tot verder vissen. En vooral zijn mensen dan nieuwsgierig naar de dingen die niet goed gaan. Dus: “het zal wel moeilijk zijn met de ex van je man”, of “kun je het een beetje vinden met de nieuwe vriendin van je ex” wordt gewoon rechtstreeks op de man af gevraagd.
De vragen over de exen of nieuwe partners of wat dan ook kan ik altijd nog wel makkelijk pareren. Maar waar ik moeite mee heb zijn vragen over de kinderen. Als een trotse moeder draag ik altijd foto’s bij me van de kinderen. Bijna altijd als ik de foto’s laat zien krijg ik de vraag “En welke zijn nou van jou?” Alsof dat iets uitmaakt. Alsof je onderscheid moet maken. Alsof ze in jou de verpersoonlijking willen zien van de boze stiefmoeder uit de sprookjes die onderscheid maakt tussen haar echte kinderen en de rest.
Ik vind het een vrij impertinente vraag. Net alsof je iemand vraagt of hij zwanger is. Of hoe vaak hij aan seks doet. Het gaat je gewoon eigenlijk helemaal niets aan.
“Allemaal. Ze zijn allemaal van mij”, wil ik dan zeggen. Maar dat doe ik niet, want het is natuurlijk niet waar. Dus laat ik de mensen raden. En wat denk je? Ze raden het altijd fout. Mijn stiefdochter raden ze steevast als “een van de mijne”, en in mijn ene zoon zien ze dan weer typisch mijn man. Geestig. En ik laat ze in de waan. Want als je in sprookjes wilt geloven, dan mag dat van mij.
Reageren op deze column kan via saskia.geraerts@home.nl

