Print pagina
Snelmenu / Columns / 16-01-08: Yolan Witterholt

Column archief

Columniste Yolan WitterholtYolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.

Slaan

Een column van Yolan Witterholt, 16 januari 2008

"Nee! Dat mag jij niet!" Boos keek ik destijds mijn verbouwereerde peutertje aan, die mij, zijn moeder, 'voor de grap' een mep kwam geven. Haha wat was hij grappig! "Toute mama!", riep hij er ook nog baldadig bij, want dat scheen te horen. Ik had het vaak gezien, hoe kinderen hun moeders puur voor de aardigheid een klap gaven, en hij kennelijk ook. Maar ik heb er, in tegenstelling tot veel collega moeders, nooit de grap van kunnen zien. Slaan is onzin en je moeder slaan is zo ongeveer het meest respectloze wat je kunt doen. Dus korte metten met dat gedrag. "In dit huis wordt niet geslagen!", riep ik boos tegen een kleutervriendje met losse handjes, dat vrolijk gewelddadig door het leven ging. "Oh nee!", reageerde hij verschrikt terwijl hij een hand voor zijn mond sloeg. Was hij even vergeten. Slaan, schoppen, knijpen, bijten: taboe in ons huis. Boos zijn mag, maar anderen pijn doen mag niet. Nooit. En het recht op terugslaan bestaat dan ook niet. "Hij begon!", riep dochterlief soms hoopvol als ze opeens had uitgehaald, maar dat zette geen zoden aan de dijk."Dan kun jij nu mooi ophouden", zei ik dan slechts.

Engeltjes zijn het niet geworden, mijn kinderen. Grote bekken geven ze elkaar heus wel en ze kunnen elkaar hartgrondig stom vinden. Maar elkaar slaan doen ze niet, of hoogst zelden. Alleen mijn ADHD-dochter wilde nog wel eens uithalen, maar ook dat kwam slechts sporadisch voor. Want ik duld het nog steeds niet. Vechten is voor domkoppen zonder argumenten, heb ik mijn kinderen geleerd, slaan is onmacht. Met hun smalle posturen kunnen ze er ook maar beter niet aan beginnen, maar dat terzijde. De zeldzame keer dat ik in drift toch ineens een tik uitdeelde, bood ik altijd mijn excuses aan. Want slaan was stom.

Mijn stiefzoons denken er heel anders over. Die meppen vooral voor de mop. Zet ze naast elkaar aan tafel en de petsen vliegen over en weer, terwijl ze er breed bij blijven grijnzen. Glimlachend zit mijn geliefde er naar te kijken: boys will be boys. Maar nu is de jongste stiefzoon geschorst van school. De vriendelijke, goedmoedige jongen met een wat scherpe tong en laconieke manieren heeft straf. Een klasgenoot gaf een schop tegen zijn fiets toen ze net buiten waren, waardoor stiefzoon omviel. En dat maakte hem zó boos, dat hij in een vlaag van woede op de dader afstapte en hem een stomp vol in zijn gezicht gaf. "Weet je al dat ik geschorst ben?", vraagt hij mij als ik hem bij thuiskomst in de gang tegenkom. Nee, dat wist ik niet."Ik heb iemand in zijn gezicht geslagen", meldt hij alsof hij vertelt dat hij een kropje sla heeft gehaald. "En ik geloof dat zijn neus gekneusd is, of gebroken, ik weet het niet." Om de één of andere reden werkt het op mijn lachspieren: die goedmoedige, wat flegmatische jongen die opeens heeft uitgehaald. Hij is breed en sterk, zonder dat hij daar moeite voor heeft gedaan, en een mep van zijn hand zou wel eens hard aan kunnen komen. Ik zwijg even en kijk hem aan. Hij grijnst wat ongemakkelijk. "Goed dat je geschorst bent", zeg ik dan tot zijn stomme verbazing. "Slaan mag niet. Ook niet terug. En al helemáál niet in iemands gezicht." Hij vindt me duidelijk een stom mens, dat ik zoiets zeg. Hij was toch niet begonnen? Vader komt nu ook de gang binnen en heeft mijn commentaar opgevangen. Dat hij zelf ooit begonnen is als dienstweigeraar maakt hem nog niet vies van een beetje geweld. Wie zijn zoon dwarszit, kan een klap krijgen; volkomen logisch. "Ik ben trots op mijn zoon", zegt hij grijnzend. "Moet die jongen hem maar niet van zijn fiets gooien; eigen schuld!" Even sprakeloos kijk ik hem aan. Maar het cultuurverschil is weer eens te groot: ik ben een muts en ik geef het op.