Column archief
Yolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.
Ochtendrituelen
Een column van Yolan Witterholt, 16 maart 2008
De ene week
Onderaan de trap springt de hond opgelucht op de onderste trede als hij mijn eerste voetstap hoort: eindelijk! Met zijn hongerige zwarte lijf springt hij van puur enthousiasme zo hoog, dat alle poten een flink eind loskomen van de grond. Duidelijk opgelucht dat ik na al zijn gejammer toch nog verschijn. In zijn haast stort hij zich tegen de kamerdeur, die ik nog moet openen als ik de kranten van de grond heb geraapt. Vervolgens stuift hij naar de bijkeuken waar de grote ton met voer staat. Onderweg gooit hij nog één van de toch al zo gammele antieke stoeltjes om. "Rustig, rustig", brom ik terwijl ik vermoeid en vol tegenzin naar de bijkeuken sjok. Als de hond van eten voorzien is, sjok ik naar het koffiezetapparaat in de donkere winterrust van de ochtend, die alleen wordt onderbroken door het luidruchtig vermalen van hondenbrokken. Ik zet slechts een paar kopjes voor mijzelf; verder drinkt er niemand koffie. Aan eten moet ik voorlopig nog niet denken. Te lui om mijn eigen leesbrilletje te zoeken, zet ik dat van mijn geliefde op mijn gezicht en trek ik de kranten dichterbij. Ik gaap nog maar eens hartstochtelijk en kijk op de klok. Over een minuut of vijf zullen mijn beide zoons naar beneden komen. Dochterlief heeft het eerste uur vrij en komt dus wat later, en de stiefzoons zijn er deze week niet. Man slaapt nog. Het huis is donker en stil. Ik pak een kop koffie en staar wat in de krant. Zoon één komt binnen. "Goedemorgen", mompel ik terwijl ik heel even mijn blik van de krant afwend. "Hoi", bromt hij terug. Zwijgend smeert hij zijn brood achter het aanrecht. Als ik mijn tweede kop koffie haal, komt net zoon twee binnen: "Hoi", mompelen we gelijktijdig. Wij zijn van het ochtendhumeur en houden niet van communiceren in de vroege ochtend. Zo laat en zo snel mogelijk wikkelen mijn jongens de onderdelen van hun vaste routine af: brood smeren, melk inschenken, met brood in de hand een snel rondje met de hond, daarna nog even snel gel in de haren, tandenpoetsen, en weg. "Doei!", mompelen ze gezamenlijk als ze weer nčt op tijd de keukendeur uitlopen. "Dáág!", probeer ik ze toch nog een beetje hartelijk geluid mee te geven. Zuchtend sta ik op: douchen. De honden liggen alweer te slapen. Zal ik ook nog even terug?
De andere week
Verbaasd kijkt de hond op als er om zeven uur al leven in de tent is. Hij dacht dat het nog nacht was maar legt zich vrolijk neer bij de vroege verschijning en springt verheugd op. Stiefzoon is geheel fris en fruitig gedoucht en begint opgewekt aan zijn dag. Monter zet hij een grote pot koffie, in afwachting van zijn vader die al onder de douche staat en weldra geheel verzorgd zal verschijnen. Ik trek een dekbed over mijn hoofd en draai me nog eens om. Geen dienst vandaag. Al snel hebben de drie heren zich rond de koffie verzameld en begint de ochtendsessie zoals zij hem graag hebben. Ik hoor drie brommende mannenstemmen door elkaar, stemverheffing, lachen: leven in de tent. Discussies gaan over stukken in de twee kranten, weet ik. Het lachen veelal over de nieuwste cartoon van Fokke en Sukke. Veel heen en weer geloop, rennen op de trap, schuiven van stoelen, lachen in de badkamer, voetstappen in het grind van twee broers die al ouwehoerend en opgewekt de honden meenemen voor een flinke wandeling. Vol medeleven denk ik aan mijn eigen zwijgende zombies die zich door het vrolijk ochtendgekakel heen moeten bewegen. Ik zie hun verstilde gelaten voor me en grijns even: arme jongens. De jongste zit ongetwijfeld met een bordje voor zijn neus zwijgend naar de tafel te staren terwijl de stiefkant van het gezin er grapjes over maakt. Over zijn haar dat nog alle kanten op staat zonder gel, of over de eeuwige hagelslag op zijn brood: hij hoort het niet eens. Broer staat vast weer zijn melk te drinken bij het aanrecht en zwijgend voor zich uit kijkend tussen alle ochtendlol. "Doei!" klinkt er opgewekt als de stiefs het huis verlaten. Mijn gebroed hoor ik niet, maar die zullen ook wel vertrokken zijn mag ik aannemen. Zwijgend. Verbijsterd over al die drukte in de ochtend. Heftig verlangend naar hun zwijgende moeder achter koffie en krant.

