Column archief
Yolan Witterholt is moeder, stiefmoeder, docent en auteur. Yolan schreef in 2006 het boek 'Kinderen Cadeau' (uitgeverij Spectrum). Daarin doet ze met veel humor op een eerlijke wijze verslag van haar ervaringen met het stiefmoederschap. Voor meer info: www.yolanwitterholt.nl.
Voetbaldienst
Een column van Yolan Witterholt, 23 juli 2007
"Kom je nu bij mij kijken mam?", vraagt Sophie hoopvol. Casper zit achter de computer en print het wedstrijdprogramma van de week uit, voor op de koelkast. We bevolken met onze kinderschare de vijf teams van onze favoriete voetbalclub in Utrecht. Een club waar maar liefst tien meidenteams spelen en waar getatoeëerde mannen met stekelhaar een zeldzame maar vrolijke afleiding vormen tussen de zachtaardige GroenLinks-vaders.
Ik sta weer voor mijn wekelijks terugkerende dilemma. Mijn vier kinderen spelen in vier verschillende teams; die van Tom zitten gebroederlijk samen in één team. Als ze bij hun moeder verblijven heeft zij dienst en hoeft Tom helemaal niets; in de andere weken laat hij het afhangen van tijdstip, afstand en weer of hij komt of niet. Met hun eigen vader op 100 kilometer afstand, moet ik mij zo eerlijk mogelijk verdelen over vier kinderen. Nauwkeurig houden ze de stand bij: waar keek ik de laatste keer en hoe vaak heb ik bij broer of zus gekeken? Minstens éénmaal per maand hebben ze recht op publiek. Dat ik jongensvoetbal in mijn hart veel leuker vind dan meisjesvoetbal, dat je daar veel beter kunt schreeuwen aan de kant, dat ik meisjesvoetbal zo sloom vind en dat ik mij zo erger aan het gezeur bij elk pijntje, mag ik niet zeggen. Want je mag je kinderen niet grootbrengen met seksisme. Dat ik liever naar een goed team kijk dan naar een matig team, is ook niet aardig. Dat ik het mij niet kan permitteren om bij mooi weer een late thuiswedstrijd over te slaan, is helder. Kwart voor 8 verzamelen mag ik wel te vroeg vinden en barre vrieskou hoef ik niet te trotseren maar in alle andere gevallen word ik toch bij minimaal één kind verwacht. Soms concludeert iemand zelfs stralend dat het mij deze week zal lukken om twee of maar liefst drie wedstrijden achter elkaar te volgen! De enkele keer dat Tom bij mijn kinderen komt kijken, beschouwen ze als een cadeautje. Op hem rust geen enkele morele plicht.
Hetzelfde geldt voor het rijden. Nu het donker is in de avond, is het haal- en brengseizoen weer begonnen. De prijs die wij betalen voor onze trouw aan de Utrechtse club, is dat er over een stille landweg gefietst moet worden. En dat dan ook nog eens in het werkgebied van de Utrechtse serieverkrachter. Er moet dus gereden worden zodra er een kind alleen over s lands stille wegen moet. En dat komt alleen voor bij mijn kinderen. Niks harmonieus geheel zijn wij, niks één grote happy family. Waar het om voetbal gaat zijn mijn kinderen van mij, en komt mijn zorgzaamheid geheel voor eigen rekening. Het brengen is nog niet zo erg; dat ontslaat mij vaak van mijn aandeel bij afwas, koffie zetten en kinderen naar hun huiswerk sturen. Het halen is minder: het nieuws is bezig, er begint net een leuke film, ik zit net lekker te werken. Drie avonden per week loop ik zwijgend de voordeur uit met de pest in mijn lijf. Demonstratief geen zoen bij vertrek, steeds weer met het verwijt op de lippen. Ik vermoed dat Tom zal rijden als ik het hem vraag, maar dat doe ik niet. Drie avonden per week vertel ik mijzelf in de stilte van de lege auto dat ik echt wel voor mijn eigen kinderen kan zorgen. Dat ik daar verdomme heus geen hulp bij nodig heb. En drie avonden per week heb ik op de terugweg een zeldzaam genoeglijk momentje met een kind alleen, snoepen we mijn zakjes snoep snel leeg en zetten we verwerpelijke discodeuntjes op keihard.Vaak wordt op die rit de deal gesloten en weet ik het. Bij wie ik zaterdag ga kijken.

