Je relatie met je stiefkinderen
Hoe kinderen reageren op de aanwezigheid van een stiefmoeder heeft verschillende factoren. Meisjes zijn eerder vaderskindjes en kunnen de stiefmoeder zien als concurrent. Uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen de stiefmoeder en stiefdochters vaak moeizamer is dan de relatie tussen de stiefmoeder en stiefzonen. Ook leeftijd speelt een rol. Kinderen tussen 5 en 12 zitten in de 'latente fase', tussen de peuterpuberteit en het echte pubergedrag. Waarschijnlijk gaat het dan gemakkelijker. Sommige onderzoekers stellen dat hoe jonger de kinderen zijn, hoe gemakkelijker de acceptatie van de stiefouder. Onderzoek onder een-ouder gezinnen (veelal moeders en kinderen) concludeert dat hoe langer de ouder alleen is geweest, hoe heftiger de kinderen reageren op de komst van een nieuwe partner. Kinderen willen vaak de status quo behouden en zitten niet te wachten op (ingrijpende) veranderingen. Daarnaast hebben sommige kinderen last van wisselstress. Het omschakelen naar een ander gezin kan zorgen voor stress en moeilijk gedrag. Maar eigenlijk is er maar een stelregel: elke situatie en elk kind is uniek en de reactie op jouw komst is moeilijk te voorspellen.
Verder is er een duidelijke reden waarom stiefkinderen hun frustraties vaak uitkuren op de stiefmoeder. Dat is een relatief veilig voor ze, ze zetten er immers geen onvoorwaardelijke liefde of bloedband mee op het spel. Bij jou hebben ze (zeker in het begin) simpelweg nog weinig te verliezen. Dit soort gedrag kan jou onzeker maken, misschien denk je dat het aan jou ligt. Dat is dus niet zo. Het zijn verklaarbare psychologische processen die horen bij een (startend) stiefgezin.

